Defence for Children en inclusief onderwijs

Kinderrechtenrubriek

In deze rubriek besteedt kinderrechtenorganisatie Defence for Children gedurende het schooljaar aandacht aan verschillende ontwikkelingen met betrekking tot kinderrechten en onderwijs.

Nederlandse Staat legt kinderrechtenexamen af

Jantine Walst - april 2022
Het VN-Kinderrechtencomité (Comité) vindt dat Nederland het VN-Kinderrechtenverdrag beter moet naleven, óók ten aanzien van het recht op onderwijs. Dit volgt uit de aanbevelingen van het Comité die op 18 februari 2022 zijn gepubliceerd. De aanbevelingen zijn gericht aan de Nederlandse Staat en gaan over verschillende thema’s, waaronder migratie, jeugdzorg en onderwijs.

Verantwoording bij het VN-Kinderrechtencomité

Eens in de vijf jaar moet een land dat het VN-Kinderrechtenverdrag heeft ondertekend verantwoording afleggen over de naleving van kinderrechten bij het Comité. Het Comité houdt toezicht op de naleving van het verdrag. Nederland werd dit jaar voor de vijfde keer ondervraagd. Voorafgaand aan deze ondervraging heeft het Kinderrechtencollectief een ngo-rapportage met aanbevelingen voor een betere naleving van het VN-Kinderrechtenverdrag ingediend bij het Comité en deze ook mondeling toegelicht. Meer dan 140 ngo’s en deskundigen droegen hieraan bij en in de rapportage wordt ook specifiek ingegaan op onderwijs. Op basis van de verantwoording heeft het Comité een serie aanbevelingen voor de Nederlandse Staat geformuleerd om de kinderrechtensituatie in Nederland te verbeteren.

Zorgen over onderwijs

Het Comité is bezorgd over de toename van het aantal kinderen met een beperking dat naar het speciaal onderwijs gaat, het gebrek aan toegang tot voorschoolse educatie en het aantal vrijstellingen dat op grond van de Leerplichtwet aan kinderen met een beperking wordt verleend. Daarnaast is het Comité kritisch op de wijze waarop Nederland uitvoering geeft aan inclusief onderwijs.

Comité beveelt aan: realiseer inclusief onderwijs voor alle kinderen

Het Comité beveelt de Nederlandse Staat aan ervoor te zorgen dat alle kinderen met een beperking toegang hebben tot en kunnen profiteren van inclusief onderwijs op alle onderwijsniveaus. De Nederlandse Staat moet volgens het Comité maatregelen nemen, zoals het aanpassen van wet- en regelgeving, om inclusief onderwijs te waarborgen. Daarnaast benadrukt het Comité dat de Leerplichtwet snel gewijzigd moet worden zodat het moeilijker wordt om een vrijstelling te verlenen aan kinderen met een lichamelijke of psychische beperking. Wanneer een kind wordt vrijgesteld van de leerplicht, wordt hem of haar in feite het recht op onderwijs ontzegd. Door het aanpassen van de wet kan dit worden voorkomen.

Het is belangrijk om de oproep van het Comité om de Leerplichtwet aan te passen vooral in samenhang te lezen met de aanbeveling dat de Nederlandse Staat ervoor moet zorgen dat alle kinderen met een beperking toegang hebben tot - en kunnen profiteren van - inclusief onderwijs op alle onderwijsniveaus. Het is risicovol om alleen de Leerplichtwet te wijzigen. Als enkel de drempel voor een vrijstelling van de leerplicht wordt verhoogd zonder dat er aan het onderwijs extra middelen worden geboden om kinderen daadwerkelijk een geschikte plek op school te bieden, kunnen er in de praktijk problemen ontstaan waarvan kinderen met én zonder beperking de dupe worden. Het onderwijsveld zelf, inclusief de wetgeving daarover, dient inclusief te worden en de ondersteuning van kinderen met een beperking moet – zoals het Comité ook aanbeveelt – worden versterkt ten behoeve van hun sociale integratie en individuele ontwikkeling.

Lees meer

Op de website van het Kinderrechtencollectief lees je meer over het rapportageproces bij het VN-Kinderrechtencomité: www.kinderrechten.nl

Vragen over kinderrechten en onderwijs? Neem contact op met de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children: www.defenceforchildren.nl

Het recht om gehoord te worden

Jantine Walst - december 2021
Kinderen hebben op grond van artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag het recht om gehoord te worden. Dit betekent dat zij hun mening moeten kunnen geven over alle zaken die hen aangaan. Aan de mening van het kind dient passend belang te worden gehecht die in overeenstemming is met de leeftijd en de rijpheid van het kind. Voor kinderen met een beperking is het recht om hun mening te geven nadrukkelijk in artikel 7 lid 3 VN-Verdrag Handicap neergelegd. Als uitgangspunt geldt dat ieder kind in staat is zijn mening te uiten, ongeacht leeftijd of eventuele handicap. Kinderen moeten op grond van internationale verdragen betekenisvol kunnen participeren, óók in het onderwijs.

Verankeren van het hoorrecht

Het verankeren van het recht om gehoord te worden is één van de 25 verbetermaatregelen die de overheid gaat nemen om het systeem van passend onderwijs te verbeteren. Leerlingen moeten voortaan kunnen meepraten over hoe hun eigen ondersteuning eruit komt te zien. Dat gebeurt nu nog te vaak niet, zegt demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Arie Slob.

De onderwijspraktijk

Ook volgens JongPIT, een stichting voor en door jongeren met een chronische aandoening, wordt er nog te vaak zonder overleg met het betrokken kind een passend onderwijsaanbod vastgesteld. En dat terwijl kinderen juist zelf heel goed kunnen aangeven wat ze nodig hebben. JongPIT: Hoe jong iemand ook is, diegene kan altijd in gedrag of woorden uitdrukken wat hij of zij nodig heeft. Op dit moment wordt er nog te weinig geparticipeerd door kinderen zelf, zowel met betrekking tot beslissingen ten aanzien van hun individuele situatie als bij de inhoud van het beleid van scholen.

Vijf stappen voor betekenisvolle participatie

Participatie is belangrijk voor het zelfvertrouwen van kinderen. Ook zorgt het ervoor dat kinderen zich onderdeel van de maatschappij voelen en dat zij worden gezien en gehoord. Bij het verankeren en toepassen van het recht om gehoord te worden, mag het niet alleen gaan om het meepraten over de eigen ondersteuning. Participatie is geen eenmalige actie, maar een continu proces. Het is belangrijk dat alle vijf stappen voor betekenisvolle participatie, die het VN-Kinderrechtencomité heeft opgesteld, worden meegenomen. In het kort gaat het om de volgende stappen:

  1. Voldoende toegang tot begrijpelijke informatie: kinderen moeten goed geïnformeerd worden zodat zij een mening kunnen vormen. Dit betekent dat het kind op zijn of haar niveau aangepaste informatie dient te krijgen zodat hij of zij daadwerkelijk in staat wordt gesteld een eigen, geïnformeerde mening te vormen.
  2. Worden gehoord: kinderen moeten hun mening kunnen geven over zaken die hen aangaan. De leeftijd van het kind is daarbij niet per se leidend, er moet altijd gekeken worden naar de fysieke, emotionele, cognitieve en sociale ontwikkeling van het kind.
  3. Serieus worden genomen: aan de mening van het kind dient altijd passend belang te worden gehecht, rekening houdend met de leeftijd en ontwikkeling van het kind. De impact die de zaak op het kind kan hebben moet hierbij ook worden meegewogen. Hoe groter de impact van de uitkomsten op het leven van het kind, des te belangrijker het is dat passend gewicht wordt gehecht aan de mening van het kind.
  4. Terugkoppeling over de beslissing die is genomen: de beslissing moet aan het kind worden teruggekoppeld en daarbij moet uitgelegd worden op welke wijze de mening van het kind invloed heeft gehad op de besluitvorming.
  5. De mogelijkheid om te klagen: kinderen hebben het recht om te reageren als zij het niet eens zijn met de beslissing die is genomen.

Vragen over kinderrechten en onderwijs? Neem contact op met de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children: www.defenceforchildren.nl

Recht op onderwijs voor ieder kind

Jantine Walst - september 2021
De zomervakantie is voorbij en de scholen gaan weer open. De meeste kinderen gaan terug naar een school waar zij zorg en ondersteuning op maat ontvangen. Dit geldt echter niet voor iedereen. Een groot aantal kinderen staat aan de zijlijn en krijgt geen passend onderwijsaanbod. Hierdoor zitten zij soms zelfs noodgedwongen thuis. Dit is niet in lijn met internationale VN-Verdragen. Ieder kind heeft recht op onderwijs in een inclusief onderwijssysteem waarin het belang van het kind voorop staat en waarin kinderen samen kunnen leren en spelen.

Geen plek

Voor veel kinderen is nog altijd geen plek in het huidige onderwijssysteem. Het is zorgelijk dat zij niet de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben en daardoor niet tot leren komen. In het onderwijsveld is de afgelopen jaren een ontwikkeling gaande richting inclusief onderwijs; steeds meer scholen hebben als doelstelling om elk kind dat bij hen wordt aangemeld te accepteren en steeds meer scholen zoeken naar verbinding in plaats van uitsluiting. Helaas lopen zij hierbij tegen een behoorlijk aantal drempels aan. Deze drempels worden opgeworpen door de Nederlandse wet- en regelgeving die nog altijd niet in lijn is met de verplichtingen uit het VN-Kinderrechtenverdrag en het VN-Verdrag Handicap. Dit maakt het niet altijd eenvoudig voor scholen om inclusief onderwijs te bieden.

Kinderrechtenkader: wat staat er in de Verdragen?

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VN-Kinderrechtenverdrag) vormt samen met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VN-Verdrag Handicap) de basis voor het internationale kinderrechtenkader omtrent onderwijs. Het onderwijs moet volgens het VN-Kinderrechtenverdrag gebaseerd zijn op gelijke kansen en gericht op een zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind. Op grond van het VN-Verdrag Handicap hebben kinderen met een beperking recht op onderwijs in een inclusief onderwijssysteem. Dit betekent dat de nationale overheid moet zorgen voor een systeem waarin kinderen in beginsel samen naar een school in de buurt gaan en daar zorg en ondersteuning op maat ontvangen.

Het VN-Verdrag Handicap en het VN-Kinderrechtenverdrag hebben een holistisch karakter. Dit betekent dat alle rechten uit deze verdragen in samenhang worden gezien. Het recht op onderwijs staat onder andere in relatie tot artikel 3, 6 en 23 van het VN-Kinderrechtenverdrag. Artikel 3 van het VN-Kinderrechtenverdrag bepaalt dat het belang van het kind de eerste overweging moet vormen bij alle maatregelen die betrekking hebben op een kind. Het belang van het kind wordt door middel van de andere kinderrechten geconcretiseerd. Uit artikel 6 van het VN-Kinderrechtenverdrag volgt dat ieder kind het recht heeft om zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen.

Artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag en artikel 7 lid 3 VN-Verdrag Handicap bepalen dat ieder kind het recht heeft om zijn mening te geven over alle zaken die hem aangaan.
Naar deze mening dient serieus te worden geluisterd en er dient een passend gewicht aan te worden toegekend in overeenstemming met de leeftijd en de rijpheid van het kind.

Het VN-Kinderrechtenverdrag besteedt bijzondere aandacht aan kwetsbare groepen kinderen die belemmeringen ervaren om op dezelfde wijze als hun leeftijdsgenoten van hun rechten te genieten. Voor kinderen met een beperking is in artikel 23 VN-Kinderrechtenverdrag uitdrukkelijk bepaald dat zij recht hebben op toegang tot het onderwijs. Het VN-Kinderrechtencomité, toezichthouder op de naleving van het VN-Kinderrechtenverdrag, geeft in General Comment nummer 9 een toelichting op artikel 23 VN-Kinderrechtenverdrag. In deze toelichting geeft het Comité aan dat inclusief onderwijs het doel van onderwijs aan kinderen met een beperking moet zijn.

Kinderrechtenhelpdesk Defence for Children

Op de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children werken juristen die goed op de hoogte zijn van de nationale wet- en regelgeving en het beleid ten aanzien van kinderen in Nederland. Zij beschikken over gedegen kennis van de inhoud van het VN-Kinderrechtenverdrag en andere relevante internationale wet- en regelgeving.

Logo van Defence for Children

In het kader van de samenwerking met het Platform Naar Inclusiever Onderwijs is de Kinderrechtenhelpdesk verder opengesteld voor juridische vragen van schoolbesturen/scholen, samenwerkingsverbanden en andere onderwijsorganisaties.

Voor wie en wat voor vragen?

Het Platform Naar Inclusiever Onderwijs krijgt veel vragen over het juridisch kinderrechtenkader met betrekking tot inclusief onderwijs. Denk hierbij aan vragen over de toegang tot onderwijs, thuiszitters en inclusief onderwijs. Regelmatig wordt de vraag gesteld hoe er voor gezorgd kan worden dat een kind met een beperking in het regulier onderwijs kan blijven.

Wat biedt Defence for Children?

De juristen van de Kinderrechtenhelpdesk hebben contact met de onderwijsjuristen van Verus en VOS/ABB, beide lid van het Platform. Defence for Children biedt een kinderrechtelijk perspectief in vragen die bij de onderwijsjuristen van Verus en VOS/ABB binnenkomen en worden voorgelegd aan de Kinderrechtenhelpdesk.

Defence for Children kan daarnaast ook zelfstandig zaken oppakken die via het Platform naar de Kinderrechtenhelpdesk worden doorverwezen indien het een kinderrechtelijk vraagstuk betreft, bijvoorbeeld als de kinderrechten van een kind in het geding zijn.
Per individuele zaak geven de medewerkers juridisch advies. Ook neemt Defence for Children contact op met betrokken instanties en organisaties, om zo het verschil voor kinderen te maken.

De medewerkers van Defence for Children geven juridisch advies gebaseerd op huidige wet- en regelgeving, maar toetsen tegelijkertijd ook aan relevante internationale verdragen zoals het VN-Kinderrechtenverdrag en het VN-Verdrag Handicap.

Publicaties Defence for Children

In samenwerking met In1school heeft Defence for Children studies en artikelen gepubliceerd over inclusief onderwijs in relatie tot mensenrechten. Deze publicaties zijn op onze website beschikbaar.

Naar top van de pagina